In B4 hebben we gezien dat steden belangrijke knooppunten zijn in de moderne globalisering. Vooral wereldsteden spelen daarin een grote rol.
In deze verdieping kijken we naar Amerikaanse wereldsteden. De Verenigde Staten hebben meerdere steden die mondiale netwerken aansturen. Dat betekent dat beslissingen die in deze steden worden genomen, invloed hebben op geldstromen, politieke keuzes, cultuur, handel, technologie en migratie in grote delen van de wereld.
Amerikaanse wereldsteden laten dus goed zien hoe globalisering concreet wordt in de ruimte.
Ze zijn tegelijk:
commandocentra van mondiale netwerken;
knooppunten van handel, geld, cultuur en informatie;
plekken van migratie en kosmopolitisme;
steden met scherpe sociale ongelijkheid;
voorbeelden van segregatie en ruimtelijke uitsluiting.
Kort gezegd:
wereldsteden zijn niet alleen groot.
Ze sturen de wereld aan.
Na deze verdieping kun je:
uitleggen wat wereldsteden of metropolen zijn;
uitleggen waarom wereldsteden functioneren als commandocentra in mondiale netwerken;
de rol van New York, Washington D.C. en Los Angeles beschrijven;
uitleggen wat kosmopolitisme betekent;
uitleggen wat een stedelijk netwerk en een megalopolis zijn;
uitleggen hoe een hub-and-spoke-netwerk werkt;
uitleggen wat een mainportregio en een achterland zijn;
uitleggen wat economische clusters zijn;
de begrippen CBD, suburbs en edge cities gebruiken;
uitleggen hoe migratie, sociale polarisatie en segregatie samenhangen in Amerikaanse wereldsteden;
de begrippen getto, informele sector, gated community en sociale cohesie uitleggen.
Globalisering krijgt concreet vorm op plekken waar mondiale netwerken worden aangestuurd. Grote stedelijke knooppunten die een leidende rol spelen in de economische, politieke en sociaal-culturele dimensie van globalisering noemen we wereldsteden of metropolen.
Een wereldstad is dus niet zomaar een stad met veel inwoners.
Het gaat vooral om de functie van de stad.
Een stad is een wereldstad wanneer zij een belangrijke rol speelt in mondiale netwerken van:
kapitaal;
handel;
politiek;
informatie;
cultuur;
migratie;
technologie;
zakelijke dienstverlening.
Wereldsteden zijn commandocentra. Dat betekent dat belangrijke beslissingen over de wereldeconomie daar worden genomen. Denk aan beslissingen van banken, multinationals, internationale organisaties, mediabedrijven, technologiebedrijven en politieke instellingen.
De macht van wereldsteden zit dus niet alleen in hoeveel mensen er wonen, maar vooral in hoeveel invloed er vanuit die stad wordt uitgeoefend.
Een kleine stad met veel mondiale functies kan belangrijker zijn dan een veel grotere stad zonder internationale invloed.
Binnen de Verenigde Staten vervullen vooral drie steden een belangrijke rol als mondiale machtscentra:
New York;
Washington D.C.;
Los Angeles.
Deze steden zijn alle drie wereldsteden, maar ze hebben niet dezelfde specialisatie.
New York is vooral sterk in financiële macht, zakelijke dienstverlening, media, innovatie en kosmopolitisme.
Washington D.C. is vooral sterk in politieke macht en internationale instellingen.
Los Angeles is vooral sterk in cultuur, entertainment, media en logistieke verbindingen met de Pacific Rim.
Samen laten deze steden zien dat mondiale macht meerdere dimensies heeft.
Macht zit niet alleen in geld.
Macht zit ook in politiek, cultuur, informatie, netwerken en logistiek.
New York is een van de belangrijkste wereldsteden ter wereld. In deze stad komen veel dimensies van macht samen.
De stad is vooral bekend als financieel centrum. Op Wall Street worden aandelen, investeringen, kapitaal en financiële producten verhandeld die invloed hebben op de hele wereldeconomie.
Daarom is New York een belangrijk knooppunt van mondiale geldstromen.
Maar New York is meer dan Wall Street. De stad heeft ook een enorme concentratie van internationale dienstverlening.
Denk aan:
advocatenkantoren;
accountants;
adviesbureaus;
marketingbedrijven;
mediabedrijven;
banken;
verzekeraars;
hoofdkantoren van multinationals.
Deze bedrijven ondersteunen de wereldeconomie. Zij helpen multinationals met contracten, investeringen, reclame, belastingen, juridische constructies en internationale strategie.
New York is ook belangrijk voor innovatie, media, kunst, mode en cultuur. Nieuwe ideeën, trends en culturele producten worden vanuit de stad verspreid over de wereld.
Door de eeuwenlange instroom van migranten is New York bovendien sterk kosmopolitisch.
Kosmopolitisme betekent dat bewoners en bedrijven zich sterk verbonden voelen met de wereld als geheel. In een kosmopolitische stad komen veel talen, culturen, netwerken en leefstijlen samen.
New York is dus niet alleen een Amerikaanse stad.
Het is een stad die de wereld in zich draagt.
Washington D.C. is geen financieel centrum zoals New York en geen entertainmentcentrum zoals Los Angeles. De macht van Washington ligt vooral in de politieke dimensie.
Hier bevindt zich de federale regering van de Verenigde Staten. Daardoor worden in Washington beslissingen genomen over buitenlandse politiek, defensie, handel, veiligheid, klimaatbeleid, ontwikkelingshulp en internationale samenwerking.
Omdat de Verenigde Staten een wereldmacht zijn, hebben beslissingen in Washington invloed ver buiten de landsgrenzen.
Washington is ook belangrijk door de aanwezigheid van internationale instellingen.
Denk aan:
het Internationaal Monetair Fonds, IMF;
de Wereldbank;
ambassades;
denktanks;
lobbyorganisaties;
internationale ngo’s;
onderzoeksinstituten.
Het IMF en de Wereldbank spelen een grote rol in financieel beleid, ontwikkelingsprojecten, leningen en economische hervormingen in veel landen.
Washington is dus een commandocentrum van politieke en institutionele macht.
Waar New York vooral geldstromen aanstuurt, stuurt Washington regels, besluiten en geopolitieke invloed aan.
Los Angeles is een wereldstad met een andere specialisatie.
De stad is vooral bekend als centrum van de mondiale entertainmentindustrie. Hollywood, filmstudio’s, televisie, streamingplatforms, muziek, mode, reclame en celebritycultuur hebben wereldwijd invloed.
Los Angeles verspreidt dus sociaal-culturele globalisering.
Wat mensen kijken, dragen, luisteren, bewonderen en herkennen, wordt voor een deel vanuit Los Angeles geproduceerd.
Voorbeelden van culturele invloed zijn:
films;
series;
muziek;
sociale media;
mode;
reclame;
games;
celebritycultuur.
Daarnaast heeft Los Angeles een belangrijke economische en logistieke functie. Via de havens van Los Angeles en Long Beach is de stad sterk verbonden met de Pacific Rim.
De Pacific Rim is de economische zone van landen en regio’s rond de Grote Oceaan. Denk aan de westkust van Noord-Amerika, Oost-Azië, Zuidoost-Azië en delen van Latijns-Amerika.
Via deze verbindingen komen enorme goederenstromen uit Azië de Verenigde Staten binnen.
Los Angeles is dus tegelijk cultureel centrum en logistieke poort.
De stad verkoopt beelden aan de wereld, maar ontvangt ook containers uit de wereld.
Wereldsteden opereren nooit volledig geïsoleerd. Ze vormen samen een stedelijk netwerk.
Een stedelijk netwerk is een groep steden die intensief met elkaar verbonden zijn door stromen van:
goederen;
geld;
mensen;
informatie;
kennis;
diensten;
bedrijven;
transport.
Wereldsteden zijn de belangrijkste knooppunten in zulke netwerken. Zij verbinden nationale economieën met mondiale stromen.
Daarom moet je wereldsteden niet alleen bekijken als losse punten op een kaart. Je moet vooral kijken naar de verbindingen tussen die punten.
Een wereldstad is belangrijk omdat zij verbonden is.
En omdat andere gebieden afhankelijk zijn van die verbindingen.
Aan de Amerikaanse oostkust is de verstedelijking historisch zo sterk gegroeid dat meerdere grote steden bijna aan elkaar zijn vastgegroeid.
De stedelijke corridor van Boston via New York en Philadelphia richting Baltimore en Washington D.C. wordt vaak gezien als een megalopolis.
Een megalopolis is een uitgestrekt, aaneengesloten stedelijk gebied dat bestaat uit meerdere grote steden, voorsteden, infrastructuurassen en economische zones.
In zo’n gebied zijn steden niet meer volledig los van elkaar. Mensen, bedrijven, universiteiten, havens, luchthavens, snelwegen en spoorlijnen vormen samen één groot stedelijk systeem.
De Amerikaanse oostkust laat goed zien hoe stedelijke netwerken functioneren.
Je hebt niet één centrum.
Je hebt een hele keten van centra.
Veel stedelijke netwerken werken volgens een hub-and-spoke-netwerk.
In zo’n netwerk is de hub het centrale knooppunt. De spokes zijn de verbindingen naar kleinere steden, regio’s of transportpunten.
Je kunt het vergelijken met een wiel.
De hub is het middelpunt.
De spokes zijn de spaken.
Een wereldstad kan functioneren als hub voor vliegverkeer, financiële stromen, informatienetwerken, goederenstromen of zakelijke dienstverlening.
Kleinere steden en regio’s zijn via de spokes verbonden met de hub. Daardoor kunnen zij toegang krijgen tot mondiale netwerken, maar ze blijven vaak ook afhankelijk van het centrale knooppunt.
Een hub-and-spoke-netwerk laat dus zien dat verbinding niet altijd gelijkwaardig is.
Wie de hub controleert, heeft veel macht.
Wereldsteden en stedelijke netwerken zijn vaak verbonden met grote logistieke knooppunten. Zo’n belangrijk knooppunt voor internationale goederen- en personenstromen noemen we een mainport.
Een mainportregio is een gebied rond een grote haven, luchthaven of logistiek knooppunt dat een centrale rol speelt in internationale handel.
Voorbeelden zijn:
grote zeehavens;
internationale luchthavens;
spoor- en wegknooppunten;
distributiecentra;
logistieke bedrijventerreinen.
Via een mainport worden goederen en diensten doorgevoerd naar het achterland.
Het achterland is het grotere gebied in het binnenland dat voor import en export afhankelijk is van de mainport.
Een havenstad is dus niet alleen belangrijk voor de stad zelf. Zij bedient een veel groter gebied.
De haven is de deur.
Het achterland is het huis erachter.
Binnen wereldsteden en stedelijke netwerken ontstaan vaak economische clusters.
Een economisch cluster is een geografische concentratie van bedrijven, kennisinstellingen en voorzieningen uit dezelfde of verwante sectoren.
Bedrijven zitten graag dicht bij elkaar omdat nabijheid voordelen oplevert.
Denk aan:
makkelijker personeel vinden;
kennis delen;
gespecialiseerde leveranciers gebruiken;
samenwerken met universiteiten;
sneller nieuwe ideeën oppikken;
toegang tot investeerders;
gebruikmaken van dezelfde infrastructuur.
In New York zie je bijvoorbeeld clusters rond financiële dienstverlening, media, mode en zakelijke diensten.
In Los Angeles zie je clusters rond film, entertainment, logistiek en creatieve industrie.
Clusters laten zien hoe agglomeratievoordelen in de praktijk werken.
Bedrijven zitten niet toevallig bij elkaar.
Nabijheid levert macht en snelheid op.
De mondiale functie van Amerikaanse steden heeft ook invloed op hun interne opbouw.
De manier waarop een stad is ingedeeld in verschillende functionele gebieden noemen we de ruimtelijke geleding van de stad.
In een stad vind je bijvoorbeeld gebieden voor:
wonen;
werken;
bestuur;
handel;
recreatie;
industrie;
logistiek;
cultuur;
verkeer.
Amerikaanse steden hebben vaak een andere ruimtelijke structuur dan Europese steden. Ze zijn sterker gericht op de auto, hebben grote suburbs en kennen vaak scherpe ruimtelijke verschillen tussen rijke en arme wijken.
De Amerikaanse stad laat daardoor goed zien hoe economische groei, mobiliteit en ongelijkheid samen de ruimte vormen.
Traditioneel lag het economische zwaartepunt van veel Amerikaanse steden in het Central Business District, afgekort CBD.
Het CBD is het centrale zakencentrum van de stad.
Je herkent het vaak aan:
wolkenkrabbers;
banken;
hoofdkantoren;
dure grond;
kantoren;
hotels;
bestuursgebouwen;
weinig permanente bewoners.
In het CBD zijn grondprijzen hoog, omdat veel bedrijven dicht bij elkaar willen zitten en goed bereikbaar willen zijn.
Het CBD is dus de klassieke plek van economische macht in de stad.
Hier komen kapitaal, bestuur, zakelijke dienstverlening en infrastructuur samen.
Toch is de rol van het CBD veranderd. Door suburbanisatie, files, hoge kosten en digitale communicatie zijn sommige functies naar de rand van de stad verschoven.
Een belangrijk kenmerk van Amerikaanse steden is de sterke groei van suburbs.
Suburbs zijn voorstedelijke woongebieden aan de rand van de stad. Ze bestaan vaak uit laagbouwwoningen, brede wegen, winkelcentra en veel autogebruik.
Oorspronkelijk waren veel suburbs vooral slaapsteden. Mensen woonden er, maar werkten en winkelden vaak in het oude stadscentrum.
Later veranderde dit. Langs snelwegen en verkeersknooppunten aan de rand van de metropool ontstonden nieuwe stedelijke subcentra. Deze noemen we edge cities.
Een edge city is een nieuw centrum aan de rand van de stad met eigen:
kantoren;
winkelcentra;
hotels;
vrijetijdsvoorzieningen;
bedrijvenparken;
restaurants;
parkeerruimte;
soms ook woningen.
In een edge city hoeven bewoners en werknemers niet meer altijd naar het oude centrum. Werk, consumptie en recreatie verplaatsen zich deels naar de rand.
Daardoor wordt de Amerikaanse metropool meerkernig.
Niet één centrum bepaalt alles.
Er ontstaan meerdere centra in één stedelijk gebied.
Wereldsteden trekken migranten aan.
Dat komt doordat zij veel kansen bieden op werk, onderwijs, netwerken, cultuur en sociale mobiliteit. Ook zijn er vaak al migrantengemeenschappen aanwezig, waardoor nieuwe migranten makkelijker aansluiting vinden.
Migratie naar wereldsteden verloopt vaak via kettingmigratie.
Bij kettingmigratie baant een eerste groep migranten de weg voor familieleden, vrienden of dorpsgenoten. Zij helpen nieuwe migranten met informatie, huisvesting, werk, taal en aanpassing aan de nieuwe omgeving.
Wereldsteden groeien daardoor uit tot kosmopolitische steden met veel verschillende talen, religies, keukens, muziekstijlen en leefwerelden.
Dat kan culturele rijkdom opleveren.
Maar het kan ook leiden tot spanning, vooral wanneer groepen ongelijk toegang hebben tot werk, woningen, onderwijs en veiligheid.
In Amerikaanse wereldsteden is vaak sprake van sociale polarisatie.
Sociale polarisatie betekent dat de tegenstellingen tussen groepen in de samenleving groter worden.
In wereldsteden zie je vaak twee kanten van dezelfde economie.
Aan de bovenkant zijn er goedbetaalde banen in:
financiële dienstverlening;
technologie;
media;
recht;
consultancy;
bestuur;
wetenschap;
entertainment;
internationale handel.
Aan de onderkant zijn er veel laagbetaalde of onzekere banen in:
schoonmaak;
horeca;
bezorging;
bouw;
huishoudelijk werk;
beveiliging;
transport;
informele diensten.
Deze twee groepen hebben elkaar vaak nodig. De hoogbetaalde stad kan niet functioneren zonder de laagbetaalde arbeid die haar draaiende houdt.
Maar de beloning, zekerheid en woonkwaliteit zijn sterk ongelijk verdeeld.
Dat is de duale stad in de praktijk.
De stad produceert rijkdom.
Maar niet iedereen krijgt toegang tot die rijkdom.
Sociale verschillen worden in Amerikaanse steden vaak zichtbaar in de ruimte. Dit noemen we ruimtelijke segregatie.
Ruimtelijke segregatie betekent dat bevolkingsgroepen gescheiden van elkaar wonen.
Dat kan gaan om verschillen in:
inkomen;
afkomst;
huidskleur;
migratieachtergrond;
opleidingsniveau;
verblijfsstatus;
toegang tot voorzieningen.
Segregatie ontstaat niet alleen doordat mensen zelf kiezen waar ze wonen. Zij hangt ook samen met huizenprijzen, discriminatie, historische uitsluiting, hypotheekbeleid, onderwijsverschillen en ruimtelijke planning.
Daarom is segregatie niet alleen een sociaal probleem.
Het is ook een ruimtelijk probleem.
Waar je woont, bepaalt welke scholen, banen, veiligheid, netwerken en voorzieningen dichtbij zijn.
Aan de onderkant van het sociale spectrum kan segregatie leiden tot het ontstaan van getto’s.
In de Amerikaanse context wordt met getto vaak een achterstandswijk bedoeld waarin armoede, etnische concentratie en historische uitsluiting samenkomen.
Het leven in zulke wijken wordt vaak gekenmerkt door:
armoede;
slechte woningen;
beperkte voorzieningen;
lagere kwaliteit van openbare ruimte;
onveiligheid;
minder toegang tot goede scholen;
minder werkgelegenheid;
stigmatisering;
historische vormen van racisme en uitsluiting.
Niet elke arme wijk is automatisch een getto. Het begrip moet zorgvuldig worden gebruikt.
Het gaat vooral om wijken waar armoede, segregatie en beperkte kansen langdurig samenkomen.
In zulke wijken kunnen bewoners vast komen te zitten in een ruimtelijke achterstand. Niet omdat zij niet willen vooruitkomen, maar omdat de omgeving weinig kansen biedt.
De stad is dan geen springplank.
De stad wordt een kooi.
Voor sommige laagopgeleide migranten of ongedocumenteerde migranten blijft de formele arbeidsmarkt moeilijk toegankelijk.
Zij komen dan vaker terecht in de informele sector.
De informele sector bestaat uit werk dat niet officieel geregistreerd is en vaak niet volledig wordt belast of beschermd door arbeidsregels.
Voorbeelden zijn:
straathandel;
zwart schoonmaakwerk;
daglonerswerk in de bouw;
huishoudelijk werk zonder contract;
informele reparatiediensten;
kleine verkoopactiviteiten;
ongeregistreerde bezorging of klusarbeid.
De informele sector kan mensen helpen om te overleven wanneer de formele economie hen buitensluit.
Maar het heeft ook nadelen.
Werknemers hebben vaak weinig bescherming, geen stabiel inkomen, geen minimumloon, geen verzekering en weinig rechten.
De informele sector laat dus zien dat wereldsteden niet alleen hightech en financieel zijn.
Ze draaien ook op kwetsbare arbeid die vaak onzichtbaar blijft.
Aan de bovenkant van de samenleving zie je soms het tegenovergestelde proces: de opkomst van gated communities.
Een gated community is een afgesloten en beveiligde woonwijk voor rijkere bewoners.
Deze wijken zijn vaak beschermd door:
muren;
hekken;
slagbomen;
camera’s;
particuliere beveiliging;
toegangscontroles.
Bewoners kopen hiermee veiligheid, rust, status en exclusiviteit.
Maar gated communities versterken ook de ruimtelijke segregatie. De rijke bovenlaag sluit zich fysiek af van de rest van de stad en van haar maatschappelijke problemen.
De openbare ruimte wordt dan minder gedeeld.
De stad valt uiteen in gescheiden leefwerelden.
En sterke segregatie zet de sociale cohesie onder druk.
Amerikaanse wereldsteden laten scherp zien hoe globalisering tegelijk rijkdom en ongelijkheid produceert.
In dezelfde stad vind je:
hoofdkantoren van multinationals;
financiële markten;
universiteiten;
media-industrie;
havens en luchthavens;
luxe woonwijken;
informele arbeid;
getto’s;
dakloosheid;
gated communities;
enorme inkomensverschillen.
Dat lijkt tegenstrijdig, maar het hoort juist bij de manier waarop wereldsteden functioneren.
De wereldstad trekt kapitaal, kennis en macht aan.
Maar zij trekt ook migranten, laagbetaalde arbeid en mensen zonder sterke positie aan.
De stad wordt daardoor een spiegel van globalisering.
Je ziet er niet alleen de winst van mondiale netwerken.
Je ziet er ook wie buiten die winst valt.
Bij Amerikaanse wereldsteden moet je vooral verbanden kunnen leggen.
Een sterke geografische redenering ziet er bijvoorbeeld zo uit:
globalisering versterkt de positie van wereldsteden
→ daar concentreren zich financiële markten, internationale dienstverlening, politiek, media en logistiek
→ daardoor ontstaan veel hoogbetaalde banen en veel laagbetaalde ondersteunende banen
→ dit versterkt sociale polarisatie
→ sociale verschillen worden zichtbaar in ruimtelijke segregatie
→ getto’s, gated communities en informele arbeid laten zien dat mondiale macht lokaal ongelijk uitwerkt.
Kort gezegd:
Amerikaanse wereldsteden laten zien dat globalisering tegelijk mondiale macht en lokale ongelijkheid produceert.
In dezelfde stad vind je hoofdkantoren, financiële markten en culturele industrie, maar ook informele arbeid, segregatie en wijken waar bewoners nauwelijks profiteren van die mondiale macht.
De geografische vraag is dus:
wie bestuurt de netwerken, wie werkt in de schaduw ervan, en waar zie je dat terug op de kaart
1. Wat is een wereldstad?
2. Wat betekent het dat een wereldstad een commandocentrum is?
3. Noem drie functies waardoor New York een wereldstad is.
4. Waarom is Washington D.C. belangrijk in mondiale politieke netwerken?
5. Wat is een megalopolis?
6. Waarom is een wereldstad niet automatisch hetzelfde als de grootste stad ter wereld?
7. Waarom past Los Angeles goed bij culturele globalisering?
8. Waarom zijn Amerikaanse wereldsteden sterk verbonden met migratie?
9. Waarom ontstaan aan de rand van Amerikaanse steden edge cities?
10. Waarom leidt globalisering in wereldsteden vaak tot sociale polarisatie?
11. Gebruik New York als voorbeeld om uit te leggen hoe financiële macht en wereldsteden samenhangen.
12. Gebruik Washington D.C. als voorbeeld om uit te leggen hoe politiek en globalisering samenhangen.
13. Gebruik Los Angeles als voorbeeld om uit te leggen hoe cultuur wereldwijd verspreid wordt.
14. Leg uit hoe een hub-and-spoke-netwerk werkt bij vliegverkeer of stedelijke netwerken.
15. Leg uit hoe een wereldstad tegelijk veel rijkdom en veel armoede kan hebben.
16. Analyseer hoe suburbanisatie de ruimtelijke opbouw van Amerikaanse steden heeft veranderd.
17. Leg uit hoe ruimtelijke segregatie zichtbaar kan worden in Amerikaanse wereldsteden.
18. Analyseer waarom wereldsteden vaak veel laagbetaalde arbeid nodig hebben.
19. Leg uit hoe kettingmigratie kan bijdragen aan de groei van migrantengemeenschappen in wereldsteden.
20. Analyseer waarom een stad als New York mondiale macht heeft, terwijl veel beslissingen daar gevolgen hebben voor gebieden ver buiten de stad.
21. Zijn wereldsteden vooral motoren van ontwikkeling of vooral plekken van ongelijkheid? Leg uit.
22. Is een gated community een oplossing voor onveiligheid, of juist een teken van minder sociale cohesie? Leg uit.
23. Ontwerp een korte geografische redenering waarin je uitlegt hoe globalisering kan leiden tot een duale stad. Gebruik minimaal vier begrippen uit deze lijst: wereldstad, commandocentrum, migratie, sociale polarisatie, informele sector, ruimtelijke segregatie, gated community, sociale cohesie.