Domein Wereld gaat over sociale geografie op mondiale schaal. In dit domein onderzoek je hoe mensen, landen, steden en bedrijven met elkaar verbonden zijn door handel, migratie, productie, cultuur, technologie en macht.
De centrale vraag is:
waarom zijn sommige gebieden rijk, machtig en sterk verbonden, terwijl andere gebieden afhankelijk, kwetsbaar of ongelijk blijven?
Je begint met meten. In B1 leer je hoe geografen welvaart, welzijn en ongelijkheid zichtbaar maken met cijfers zoals BBP, Gini en HDI. Daarna ga je dieper: in B2 kijk je naar bestuur, macht en het wereldsysteem van centrum, semiperiferie en periferie. In B3 onderzoek je economische structuur, sectoren, handel en productieketens.
Daarna verschuift de aandacht naar steden. In B4 leer je waarom steden knooppunten zijn van globalisering. In de VWO-verdieping kijk je naar Amerikaanse wereldsteden zoals New York, Washington D.C. en Los Angeles.
Vervolgens ga je terug in de tijd. In B5 leer je dat globalisering niet nieuw is, maar een lange geschiedenis heeft van handelsroutes, kolonialisme, slavernij, imperialisme en neokolonialisme. In B6 kijk je naar de huidige fase van globalisering, met multinationals, FDI, China, global shift en de Nieuwe Zijderoute.
Daarna bekijk je de grenzen van globalisering. In B7 gaat het over afhankelijkheid, protectionisme, afwenteling en duurzaamheid. In de VWO-verdieping leer je hoe neoliberalisme deze moderne globalisering heeft gevormd.
Globalisering is niet alleen economisch. In B8 onderzoek je culturele globalisering: talen, media, amerikanisering, culturele diffusie en glokalisering. In B9 kijk je naar internationale samenwerking, wereldorganisaties en geopolitiek. Tot slot leer je in B10 en B11 hoe bevolking en migratie passen binnen mondiale ongelijkheid en verbondenheid.
Domein Wereld eindigt met toepassing. In B12 gebruik je casussen om globalisering op de kaart te herkennen. In B13 train je voor het examen: bron lezen, begrip gebruiken, oorzaak-gevolg uitleggen en geografisch redeneren.
Kort gezegd:
Domein Wereld leert je niet alleen dát de wereld verbonden is.
Het leert je vooral vragen:
wie is verbonden met wie?
wie profiteert?
wie blijft afhankelijk?
waar ligt de macht?
waar zie je de gevolgen op de kaart?