Naast economische en politieke stromen heeft globalisering ook invloed op cultuur. De culturele dimensie van globalisering onderzoekt hoe ideeën, gewoonten, talen, beelden, muziek, voedsel, kleding en producten zich over de aarde verspreiden.
Globalisering gaat dus niet alleen over containers, fabrieken, banken en handelsroutes. Het gaat ook over wat mensen eten, welke taal zij gebruiken, welke muziek zij luisteren, welke kleding zij dragen en hoe zij zichzelf zien.
Dat klinkt misschien zachter dan economie of politiek, maar cultuur is ook macht. Wie bepaalt welke taal belangrijk is? Welke films wereldwijd worden bekeken? Welke merken jongeren dragen? Welke tradities als modern worden gezien, en welke als ouderwets?
Kort gezegd: culturele globalisering gaat over de vraag hoe de wereld met elkaar verbonden raakt, zonder dat iedereen automatisch hetzelfde wordt.
Na deze paragraaf kun je:
uitleggen wat de culturele dimensie van globalisering is;
uitleggen wat het begrip Global Village betekent;
uitleggen wat een lingua franca is;
uitleggen hoe amerikanisering samenhangt met globalisering;
uitleggen wat culturele diffusie is;
uitleggen wat culturele homogenisering en glokalisering betekenen;
uitleggen waarom er weerstand ontstaat tegen culturele globalisering.
Door de voortdurende tijd-ruimtecompressie communiceren mensen wereldwijd steeds makkelijker met elkaar. Een bericht, video, meme, liedje of trend kan binnen enkele seconden de wereld rondgaan.
De Canadese wetenschapper Marshall McLuhan voorspelde halverwege de twintigste eeuw al dat de wereld hierdoor zou veranderen in een Global Village, oftewel een werelddorp.
In een traditioneel dorp hoort iedereen snel dezelfde nieuwtjes, kijkt men naar dezelfde gebeurtenissen en beïnvloeden mensen elkaars gedrag. Tegenwoordig gebeurt iets vergelijkbaars op mondiale schaal.
Een trend op sociale media kan binnen enkele uren worden overgenomen door jongeren in:
Amsterdam;
Tokio;
Lagos;
São Paulo;
Kaapstad.
De wereld voelt daardoor cultureel compacter en sterker verbonden.
Maar dat betekent niet dat iedereen precies hetzelfde wordt. In een dorp is ook niet iedereen hetzelfde. Mensen reageren verschillend op dezelfde invloeden. Sommigen nemen een trend over, anderen passen hem aan, en weer anderen verzetten zich er juist tegen.
Globalisering maakt de wereld dus kleiner in communicatie, maar niet eenvoudiger in cultuur.
Om binnen dit werelddorp met elkaar te communiceren, is een gemeenschappelijke taal belangrijk. Een taal die op grote schaal wordt gebruikt als communicatiemiddel tussen mensen met verschillende moedertalen noemen we een lingua franca.
In de huidige fase van globalisering is het Engels de belangrijkste mondiale lingua franca. Engels wordt veel gebruikt in:
wetenschap;
internationale handel;
technologie;
toerisme;
luchtvaart;
populaire cultuur;
online communicatie.
Dat betekent niet dat Engels overal de moedertaal is. Juist niet. Een lingua franca wordt vaak gebruikt door mensen die allebei een andere moedertaal hebben.
Een Nederlandse ondernemer en een Japanse onderzoeker spreken bijvoorbeeld vaak Engels met elkaar, niet omdat ze Engels zijn, maar omdat het praktisch werkt.
Engels is daardoor een soort cultureel smeermiddel van globalisering geworden. Niet omdat de taal van nature beter is, maar omdat koloniale geschiedenis, economische macht, wetenschap, technologie en Amerikaanse culturele invloed haar wereldwijd sterk hebben gemaakt.
India laat goed zien hoe taal en globalisering samenhangen. India kent honderden lokale talen en meerdere officiële talen. Door het koloniale verleden onder Brits bestuur kreeg het Engels een bijzondere positie.
Na de onafhankelijkheid bleef Engels belangrijk als bestuurstaal, onderwijstaal en verbindingstaal. Dat kwam ook doordat India taalkundig enorm divers is. Engels kon functioneren als brugtaal tussen regio’s met verschillende moedertalen.
Daarnaast gaf Engels toegang tot:
wetenschap;
internationale handel;
technologie;
hoger onderwijs;
de mondiale kenniseconomie.
Vooral in hoger onderwijs, wetenschap, internationale bedrijven en de IT-sector speelt Engels een grote rol.
Dat betekent niet dat lokale talen verdwijnen. Hindi, Tamil, Bengali, Telugu, Marathi, Urdu en veel andere talen blijven belangrijk voor identiteit, politiek en dagelijks leven.
India laat dus zien dat globalisering talen niet simpelweg vervangt. Vaak ontstaat er een gelaagd taallandschap:
lokale talen voor familie, regio en identiteit;
nationale talen voor politiek en samenleving;
Engels voor internationale verbinding.
De dominantie van het Engels hangt nauw samen met amerikanisering, ook wel veramerikanisering genoemd. Amerikanisering betekent dat Amerikaanse cultuur, producten, normen, beelden en leefstijlen zich over de wereld verspreiden.
Na de Tweede Wereldoorlog werden de Verenigde Staten de grootste economische, militaire en culturele macht van de westerse wereld. Via media, bedrijven en populaire cultuur werd Amerikaanse cultuur wereldwijd zichtbaar.
Denk aan:
Hollywood;
Disney;
Netflix;
McDonald’s;
Coca-Cola;
Nike;
Apple;
hiphop;
jeans;
Engelse reclametaal.
Veel leerlingen gebruiken op een normale dag waarschijnlijk meer Amerikaanse culturele producten dan ze zelf doorhebben.
Amerikanisering betekent niet dat iedereen letterlijk Amerikaans wordt. Het betekent wel dat Amerikaanse culturele vormen een enorme invloed hebben op wat mensen wereldwijd consumeren, herkennen en normaal gaan vinden.
Een gevolg van culturele globalisering kan culturele homogenisering zijn. Dit betekent dat culturen meer op elkaar gaan lijken.
Je ziet dat bijvoorbeeld wanneer dezelfde elementen overal terugkomen:
merken;
winkelstraten;
koffieketens;
fastfoodrestaurants;
films;
muziek;
kledingstijlen;
sociale media;
reclames.
Een winkelcentrum in Dubai, Amsterdam, Singapore of Johannesburg kan daardoor verrassend herkenbaar voelen.
Dat kan handig zijn. Mensen herkennen producten, kunnen makkelijker communiceren en krijgen toegang tot wereldwijde cultuur.
Maar er is ook een risico. Lokale tradities, talen, gerechten, kledingstijlen en manieren van leven kunnen onder druk komen te staan.
De angst is dan dat de wereld cultureel platter wordt. Niet omdat alle verschillen verdwijnen, maar omdat dezelfde commerciële cultuur overal overheen wordt gelegd als een soort mondiale saus.
De verspreiding van culturele elementen van het ene gebied naar het andere noemen we culturele diffusie.
Culturele diffusie kan gaan over:
ideeën;
religies;
talen;
muziek;
mode;
technologie;
voedsel;
sporten;
leefstijlen.
Religies zoals het christendom, de islam en het boeddhisme verspreidden zich historisch via handel, migratie, missie, verovering en culturele contacten.
Tegenwoordig verspreiden muziek, memes, kledingstijlen en eetgewoonten zich vooral via:
media;
migratie;
toerisme;
platforms;
multinationals.
Veel mensen zijn bang dat culturele diffusie uiteindelijk leidt tot één wereldwijde eenheidscultuur, waarin lokale tradities verdwijnen onder druk van amerikanisering en commerciële wereldcultuur.
Toch is culturele globalisering geen simpel eenrichtingsverkeer. Culturele elementen worden niet alleen overgenomen. Ze worden aangepast, gemengd, vertaald, veranderd en soms zelfs teruggestuurd naar het gebied waar ze ooit vandaan kwamen.
Cultuur reist dus niet als een gesloten pakketje. Zodra cultuur ergens aankomt, beginnen mensen eraan te trekken, te knippen, te mengen en er iets eigens van te maken.
Een belangrijk begrip hierbij is glokalisering. Glokalisering betekent dat een wereldwijd product, idee of cultureel element wordt aangepast aan lokale omstandigheden, smaken of tradities.
Voorbeelden:
een fastfoodketen gebruikt wereldwijd hetzelfde merk, maar past het menu per land aan;
streamingdiensten maken lokale series;
kledingmerken passen hun aanbod aan regionale voorkeuren aan;
muziekstijlen verspreiden zich wereldwijd, maar krijgen lokaal een eigen vorm;
internationale producten worden aangepast aan religieuze, culturele of culinaire gewoonten.
Glokalisering laat zien dat lokale cultuur niet zomaar verdwijnt. Zij reageert op globalisering. Soms door mee te bewegen, soms door te mengen, soms door zich te verzetten.
Een wereldproduct blijft dus niet overal hetzelfde. Zodra het ergens landt, krijgt het lokale saus.
Soms letterlijk.
De geschiedenis van pizza is een goed voorbeeld van cultureel tweerichtingsverkeer.
Pizza begon als een eenvoudig lokaal gerecht uit Napels. Italiaanse migranten namen het gerecht mee naar de Verenigde Staten. Daar werd pizza aangepast aan Amerikaanse smaken, grotere porties, commerciële restaurants en bezorgcultuur.
Vervolgens verspreidde de Amerikaanse versie van pizza zich weer wereldwijd.
Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog groeide de bekendheid van pizza verder. Amerikaanse soldaten en toeristen kenden pizza uit de Verenigde Staten en zochten het gerecht ook in Italië. Dat droeg bij aan de bredere commerciële verspreiding van pizza buiten Napels.
Een lokaal gerecht werd dus via migratie en amerikanisering een wereldwijd product, en keerde daarna in veranderde vorm terug naar het land van herkomst.
Een nog extremere vorm van culturele menging is de Pizza Hawaii.
Deze variant werd niet uitgevonden in Italië of Hawaii, maar in Canada door een Griekse immigrant. Hij liet zich inspireren door zoetzure smaken uit de Chinese keuken en besloot ananas op een pizza te leggen.
Daarmee is Pizza Hawaii bijna een geografisch lesboek op één bord:
een Italiaans gerecht;
veranderd in Noord-Amerika;
bedacht door een Griekse migrant;
geïnspireerd door Chinese smaken;
genoemd naar Hawaii;
wereldwijd onderwerp van discussie.
Vandaag is deze pizza een cultureel strijdtoneel op het internet. Sociale media staan vol met video’s waarin Italianen emotioneel reageren op ananas op hun nationale gerecht.
Voor sommigen is het gewoon eten. Voor anderen is het een aanval op de beschaving.
Dat klinkt grappig, maar geografisch is het serieus interessant. Eten gaat namelijk niet alleen over smaak. Het gaat ook over identiteit, herkomst, trots en de vraag wie mag bepalen wat “authentiek” is.
Culturele identiteit gaat over de manier waarop mensen zichzelf herkennen als onderdeel van een groep. Dat kan te maken hebben met taal, religie, geschiedenis, gewoonten, kleding, voedsel, muziek, landschap of gedeelde herinneringen.
Door globalisering komen culturele identiteiten meer met elkaar in contact. Dat kan verrijkend zijn. Mensen ontdekken nieuwe muziek, eten ander voedsel, leren andere talen en krijgen toegang tot wereldwijde kennis.
Maar culturele globalisering roept ook weerstand op. Veel samenlevingen ervaren de dominante stroom van westerse, en vooral Amerikaanse, cultuur als een bedreiging voor de eigen normen, waarden, taal, religie of tradities.
Die weerstand kan verschillende vormen aannemen. Staten kunnen bijvoorbeeld:
hun taal beschermen;
lokale media stimuleren;
buitenlandse platforms beperken;
nationale feestdagen benadrukken;
eigen culturele producten subsidiëren;
onderwijs in de nationale taal versterken.
Regio’s en groepen kunnen bewust kiezen voor:
lokale kleding;
regionale talen;
traditionele muziek;
lokale gerechten;
religieuze tradities;
nationale symbolen;
eigen media en kunst.
Deze weerstand betekent niet automatisch dat mensen tegen alle globalisering zijn. Vaak gaat het om de vraag wie de toon zet. Mensen willen wel verbonden zijn met de wereld, maar niet volledig oplossen in een commerciële eenheidscultuur.
In deze paragraaf heb je gezien dat globalisering niet alleen economisch of politiek is, maar ook cultureel. Mensen, ideeën, talen, beelden, muziek, voedsel en leefstijlen bewegen voortdurend over de wereld.
Door tijd-ruimtecompressie voelt de wereld steeds meer als een Global Village. Engels functioneert als mondiale lingua franca en amerikanisering heeft veel invloed op populaire cultuur.
Tegelijk leidt dit niet simpelweg tot één wereldcultuur. Door culturele diffusie en glokalisering worden culturele elementen aangepast, gemengd en opnieuw uitgevonden.
Culturele globalisering zorgt dus voor verbinding én spanning. Zij brengt nieuwe mogelijkheden, maar roept ook vragen op over identiteit, macht en behoud van lokale cultuur.
De wereld wordt cultureel kleiner.
Maar dat betekent niet dat iedereen hetzelfde wil worden.
1. Wat betekent culturele globalisering?
2. Wat wordt bedoeld met Global Village?
3. Wat is een lingua franca?
4. Wat betekent amerikanisering?
5. Wat is glokalisering?
6. Waarom is Engels de belangrijkste mondiale lingua franca geworden?
7. Waarom leidt globalisering niet automatisch tot één wereldcultuur?
8. Waarom kan amerikanisering leiden tot culturele homogenisering?
9. Waarom roept culturele globalisering soms weerstand op?
10. Waarom gaat cultuur niet alleen over smaak, maar ook over identiteit?
11. Geef een voorbeeld van amerikanisering uit het dagelijks leven.
12. Geef een voorbeeld van glokalisering.
13. Leg uit hoe pizza een voorbeeld is van cultureel tweerichtingsverkeer.
14. Gebruik Pizza Hawaii om culturele hybridisering uit te leggen.
15. Geef een voorbeeld van culturele weerstand tegen globalisering.
16. Analyseer hoe sociale media bijdragen aan het idee van een Global Village.
17. Leg uit hoe culturele diffusie kan leiden tot culturele homogenisering én culturele hybridisering.
18. Analyseer waarom lokale cultuur niet zomaar verdwijnt door globalisering.
19. Leg uit hoe taal te maken heeft met macht in globalisering.
20. Analyseer waarom dezelfde wereldwijde cultuuruiting in verschillende landen anders kan worden ontvangen.
21. Is culturele homogenisering vooral handig of vooral gevaarlijk? Leg uit.
22. Moet een overheid lokale cultuur beschermen tegen buitenlandse invloed? Leg uit.
23. Is amerikanisering een probleem, of gewoon culturele uitwisseling? Leg uit.
24. Bedenk zelf een voorbeeld van glokalisering. Beschrijf eerst het wereldwijde product of idee, en leg daarna uit hoe het lokaal wordt aangepast.