De relatie tussen de Verenigde Staten en Mexico laat zien hoe centrum en semiperiferie direct aan elkaar grenzen.
Aan de ene kant staat de Verenigde Staten: een centrumland met veel kapitaal, technologie, militaire macht, koopkracht en politieke invloed.
Aan de andere kant staat Mexico: een semiperifeer land met industrie, stedelijke groei en sterke handelsrelaties, maar ook lagere lonen, regionale ongelijkheid, migratiedruk en afhankelijkheid van de Amerikaanse economie.
De grens tussen de VS en Mexico is daardoor bijzonder interessant.
Het is tegelijk:
een economische verbinding;
een politieke barrière;
een migratieroute;
een culturele contactzone;
een plek van ongelijkheid;
een symbool in politieke debatten.
Kort gezegd:
de grens scheidt twee landen, maar verbindt twee economieën.
Bij de Verenigde Staten en Mexico kun je de volgende begrippen toepassen:
centrum;
semiperiferie;
grensgebied;
vrijhandel;
NAFTA;
USMCA;
maquiladora;
nieuwe internationale arbeidsverdeling;
MNO;
pushfactoren;
pullfactoren;
kettingmigratie;
ongedocumenteerde migratie;
remittances;
culturele hybridisering;
Tex-Mex.
De ongelijke verhouding tussen de Verenigde Staten en Mexico heeft diepe historische wortels.
Voor de komst van Europeanen was het huidige Mexico de kern van hoogontwikkelde beschavingen, zoals de Azteken. Het gebied was dichtbevolkt, georganiseerd en economisch belangrijk.
Na de Spaanse verovering in de zestiende eeuw werd Mexico ingericht als exploitatiekolonie. De Spaanse kroon richtte zich sterk op het winnen van zilver en goud en op het gebruik van inheemse arbeid in mijnen en op plantages.
Daardoor ontstond een economie die sterk gericht was op extractie en export van grondstoffen.
De Britse kolonisatie van Noord-Amerika had in veel gebieden een ander karakter. Vooral in de noordelijke kolonies ontstonden vestigingskolonies. Europese migranten kwamen er wonen, bouwden lokale instituties op en ontwikkelden landbouw, handel en kleinschalige nijverheid.
Dit betekent niet dat de Britse kolonisatie vreedzaam of rechtvaardig was. Ook daar was sprake van verdrijving van inheemse volken, slavernij en geweld.
Maar economisch ontstond in het noorden wel sneller een bredere lokale economie met instituties, infrastructuur en later industrialisatie.
Hier zie je dat koloniale vormen verschil maken.
Een exploitatiekolonie wordt anders ingericht dan een vestigingskolonie.
En die inrichting kan eeuwen later nog doorwerken.
De Verenigde Staten werden onafhankelijk in 1776. Mexico werd onafhankelijk in 1821.
Na de onafhankelijkheid groeiden de Verenigde Staten snel uit tot een stabiele en industriële macht. Mexico kreeg juist te maken met politieke instabiliteit, interne conflicten en economische problemen.
In de negentiende eeuw verloor Mexico bijna de helft van zijn grondgebied aan de Verenigde Staten na de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog. Gebieden zoals Texas, Californië, New Mexico en Arizona kwamen onder Amerikaanse controle.
Deze territoriale verschuiving versterkte de machtsongelijkheid tussen beide landen.
De Verenigde Staten werden steeds sterker.
Mexico werd territoriaal en politiek verzwakt.
De Mexicaanse president Porfirio Díaz vatte dit later samen in de beroemde uitspraak:
“Arm Mexico, zo ver van God en zo dicht bij de Verenigde Staten.”
Die zin laat zien hoe geografische ligging zowel kans als probleem kan zijn.
Dicht bij een machtig centrumland liggen betekent toegang tot markten.
Maar ook afhankelijkheid en druk.
Economisch zijn de Verenigde Staten en Mexico sterk met elkaar verbonden.
Die verwevenheid werd versterkt door NAFTA, het vrijhandelsverdrag tussen de Verenigde Staten, Mexico en Canada dat in 1994 inging. Tegenwoordig is dit verdrag gemoderniseerd tot USMCA.
Door dit vrijhandelsverdrag werden veel importtarieven tussen de drie landen verlaagd of afgeschaft.
Bedrijven konden daardoor makkelijker productie over de grens organiseren.
Voor Amerikaanse bedrijven werd Mexico aantrekkelijk door:
lagere lonen;
nabijheid van de Amerikaanse markt;
handelsvoordelen;
transportmogelijkheden;
beschikbaarheid van arbeid;
industriële zones langs de grens.
Voor Mexico leverde dit banen, investeringen, exportinkomsten en industrialisatie op.
Maar ook afhankelijkheid van Amerikaanse bedrijven en markten.
Een belangrijk begrip bij deze casus is maquiladora.
Maquiladoras zijn assemblagefabrieken in Mexico, vaak dicht bij de grens met de Verenigde Staten. Ze zijn meestal verbonden met buitenlandse bedrijven, vooral Amerikaanse multinationals.
Het productieproces werkt vaak zo:
onderdelen worden vanuit de VS of andere landen naar Mexico gebracht;
Mexicaanse arbeiders assembleren het product;
het eindproduct wordt teruggebracht naar de Amerikaanse markt;
de hoogste winst en controle blijven vaak bij het buitenlandse bedrijf.
Maquiladoras passen goed bij de nieuwe internationale arbeidsverdeling.
De Verenigde Staten leveren vaak kapitaal, technologie, ontwerp, management en afzetmarkt.
Mexico levert fysieke arbeid, industrieterreinen en lagere productiekosten.
Dit levert banen op, maar ook kritiek.
Veel maquiladoras worden geassocieerd met lage lonen, lange werktijden, beperkte arbeidsrechten en milieudruk.
Een fabriek kan dus ontwikkeling brengen, maar ook afhankelijkheid.
De vraag is steeds:
wordt Mexico sterker door deze productie, of blijft het vooral een goedkope schakel in de keten?
De grens tussen de Verenigde Staten en Mexico is ook het decor van een van de bekendste migratiestromen ter wereld.
Deze migratie wordt aangedreven door push- en pullfactoren.
Pushfactoren in Mexico zijn bijvoorbeeld:
lagere lonen;
gebrek aan formele werkgelegenheid;
armoede in bepaalde regio’s;
geweld door drugskartels;
regionale ongelijkheid;
beperkte toekomstkansen.
Pullfactoren in de Verenigde Staten zijn bijvoorbeeld:
hogere lonen;
vraag naar arbeid;
werk in landbouw, bouw, horeca en zorg;
bestaande Mexicaanse gemeenschappen;
familiebanden;
onderwijs- en toekomstkansen.
Hier zie je ook kettingmigratie. Migranten gaan vaak naar plekken waar al familieleden, vrienden of dorpsgenoten wonen. Die netwerken maken migratie makkelijker.
Migratie is dus niet alleen een individuele keuze.
Het volgt sociale netwerken.
Migratie tussen Mexico en de Verenigde Staten verloopt zowel via legale als ongedocumenteerde routes.
Sommige migranten komen met werkvisa, studievisa of verblijfsvergunningen. Anderen steken zonder geldige documenten de grens over of blijven langer dan hun visum toestaat.
De Amerikaanse overheid probeert migratie al decennia te controleren met grensbewaking, hekken, muren, controles en migratiewetgeving.
Toch stopt grensbewaking migratie niet volledig. Zolang de economische verschillen groot blijven en er vraag is naar arbeid, blijven migratiestromen bestaan.
Hier ontstaat een geografische spanning:
de economie heeft verbinding nodig,
maar de politiek wil controle over de grens.
De grens is dus tegelijk open en gesloten.
Open voor goederen, kapitaal en bedrijven.
Gesloten of streng gecontroleerd voor mensen zonder de juiste papieren.
Migratie is economisch belangrijk voor Mexico door remittances.
Remittances zijn geldzendingen die migranten terugsturen naar familie in het herkomstgebied.
Voor veel Mexicaanse gezinnen zijn deze geldstromen belangrijk voor:
voedsel;
onderwijs;
gezondheidszorg;
woningbouw;
schulden aflossen;
lokale investeringen.
Op nationale schaal vormen remittances een belangrijke inkomstenbron.
De grens tussen de Verenigde Staten en Mexico is niet alleen economisch en politiek. Zij is ook cultureel. Door langdurige interactie tussen Mexicaanse, Amerikaanse en Tejano-gemeenschappen zijn er mengvormen ontstaan. Dit noemen we culturele hybridisering.
Je ziet dat bijvoorbeeld in:
taal, zoals Spanglish;
muziek, zoals Tejano- en grensmuziek;
religieuze en familietradities;
feesten en populaire cultuur;
vooral in eten.
Het bekendste voorbeeld is Tex-Mex. Tex-Mex verwijst vooral naar een keuken waarin Mexicaanse en Texaanse/Amerikaanse invloeden samenkomen. Denk aan gerechten met tortilla’s, bonen, rundvlees, kaas, chili, fajita’s, nacho’s of chili con carne.
Tex-Mex is dus geen “puur Mexicaanse” keuken, maar ook geen gewone Amerikaanse keuken. Het is een culturele mengvorm die ontstond in een grensgebied.
Daarmee laat Tex-Mex goed zien dat een grens wel een politieke lijn kan zijn, maar geen harde culturele muur.
Leg uit waarom de grens tussen de VS en Mexico tegelijk een barrière en een verbinding is.
Beschrijf hoe maquiladoras passen bij de nieuwe internationale arbeidsverdeling.
Leg uit waarom Mexico profiteert van maquiladoras, maar er ook afhankelijk door kan worden.
Gebruik push- en pullfactoren om migratie van Mexico naar de VS te verklaren.
Leg uit hoe Tex-Mex een voorbeeld is van culturele hybridisering.