In het examenprogramma is de leerstof verdeeld in tien tijdvakken: grote perioden met vaste tijdsgrenzen die je gebruikt als referentiekader. Het idee is simpel: als je weet wanneer iets hoort, kun je beter uitleggen waardoor het ontstond, wat er veranderde en wat de gevolgen waren.
Belangrijk detail: in veel examenvragen wordt niet alleen verwacht dat je het verhaal snapt, maar ook dat je expliciet laat zien welk kenmerkend aspect erbij past. Dat kan soms wat kunstmatig voelen, maar het levert punten op—dus het loont om ze echt te kennen.
Tijdvakken1 t/m 10
Interactieve PowerPoints, opgebouwd als complete lesuren (tijdvakken 5 t/m 10).
Verrijkt met verdiepende (en soms luchtige) video’s, geschikt voor klassikaal gebruik én zelfstudie.
Inhoud gestructureerd per kenmerkend aspect.
een uitgebreide verdiepende tekst (uitklapbaar onder de PowerPoints)
digitale oefenspellen om begrippen en samenhang te trainen.