Van de levenswijze van jagers-verzamelaars tot de opkomst van landbouw en de eerste stedelijke gemeenschappen
Doelen:
Hoe de overgang van jagen en verzamelen naar landbouw de samenleving veranderde
Wat de kenmerken van de eerste stedelijke gemeenschappen waren en hoe ze zich ontwikkelden
Wat de gevolgen van de opkomst van steden waren voor de samenleving en de cultuur
Levenswijze van jagers-verzamelaars: Nomadisch bestaan, jagen, verzamelen, religie en kunst, eerste vormen van samenwerking en sociale structuren
Ontstaan van landbouw: Overgang van jagen en verzamelen naar landbouw, domesticatie van dieren, begin van vestiging en sociale stratificatie
Ontstaan van stedelijke gemeenschappen: Opkomst van steden als centra van bestuur, handel en religie, ontstaan van schrift en gelaagde samenleving
De jagers-verzamelaars waren de eerste mensen die in groepen door de natuur trokken om voedsel te verzamelen, te jagen en te vissen. Ze leefden in een nauw contact met de natuur en hun omgeving.
Kenmerken van de levenswijze van jagers-verzamelaars:
Voedselvoorziening: Ze jaagden op wilde dieren, visten en verzamelden eetbare planten, bessen en noten.
Nomadisch bestaan: Deze mensen trokken rond in kleine groepen en woonden in tijdelijke onderkomens, zoals hutten of tenten.
Verzamelen en delen: Er was een sterke nadruk op samenwerking binnen de groep, waarbij de oogst van de jacht en het verzamelen gelijk werd verdeeld.
Geloof en rituelen: Jagers-verzamelaars ontwikkelden vaak geloofsovertuigingen en rituelen die verband hielden met de natuur, zoals animisme.
Gevolgen:
Vroegste menselijke samenleving: De jagers-verzamelaars vormden de basis voor menselijke gemeenschappen en sociale structuren. Ze ontwikkelden vroege vormen van taal, kunst (bijv. rotstekeningen) en religie.
Beperkte technologie: Het gereedschap was meestal van steen, hout of botten en werd gebruikt voor jagen, verzamelen en het bouwen van onderkomens.
Ongeveer 10.000 jaar geleden, tijdens het neolithicum, begon de overgang van een nomadisch bestaan naar een leven als boer. Dit proces wordt het ontstaan van landbouwsamenlevingen genoemd.
Kenmerken van het ontstaan van landbouw:
Begeleide landbouw: In verschillende regio’s, zoals het vruchtbare halve maantje (het gebied van de Nijl, de Tigris-Eufraat, de Indus en de Gele Rivier), gingen mensen gewassen verbouwen, zoals tarwe, gerst, rijst en maïs.
Domesticatie van dieren: Mensen begonnen wilde dieren te domesticeren, zoals schapen, geiten en runderen, voor vlees, melk en arbeidskracht.
Stabiele nederzettingen: Landbouw maakte het mogelijk om op één plek te blijven wonen, wat leidde tot de oprichting van dorpen en uiteindelijk stedelijke gemeenschappen.
Verbetering van technologie: Mensen ontwikkelden technieken zoals het ploegen en het pottenbakken om hun landbouwproductie en het bewaren van voedsel te verbeteren.
Gevolgen van de opkomst van landbouw:
Veranderende levenswijze: Mensen gingen zich vestigen in permanente nederzettingen, wat leidde tot de opkomst van dorpen en kleine gemeenschappen.
Bevolkingsgroei: De voedselproductie verbeterde, wat leidde tot een groei van de bevolking.
Sociale stratificatie: Langzaam ontwikkelden zich meer gelaagde sociale structuren, waarin sommige mensen rijker of machtiger werden dan anderen.
Toename van handel: De landbouw produceerde overschotten, wat leidde tot handel tussen verschillende gemeenschappen.
KA3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen (ca. 3000 v.C.)
Rond 3000 v.C. begonnen de eerste stedelijke gemeenschappen te ontstaan, vooral in de vruchtbare rivierdalen zoals de Nijl, de Tigris en de Eufraat, de Indus en de Gele Rivier.
Kenmerken van de eerste stedelijke gemeenschappen:
Steden als centrum van bestuur en handel: Steden zoals Ur, Babylon en Memphis werden belangrijke centra voor bestuur, religie en handel.
Gelaagde samenleving: De samenleving was meer gelaagd dan in de vroegere landbouwgemeenschappen, met priesters, handelaren, ambachtslieden en boeren.
Schrift en administratie: In de steden werd schrift ontwikkeld, zoals spijkerschrift in Mesopotamië en hiërogliefen in Egypte. Dit maakte administratie en bestuur efficiënter.
Religie en cultuur: Tempels en religieuze gebouwen werden de centrale punten in de steden. Religie speelde een belangrijke rol in de politieke en culturele structuren.
Gevolgen van het ontstaan van steden:
Politieke structuren: Het bestuur werd gecentraliseerd in steden, vaak onder leiding van een koning of een groep priesters, wat leidde tot de oprichting van vroege staten.
Handel en economie: Steden bevorderden de handel, niet alleen lokaal, maar ook met andere regio’s, wat leidde tot culturele uitwisseling.
Cultuur en kunst: Steden werden centra van cultuur, waar kunst, literatuur, wetenschap en architectuur floreerden.